Verkopen van Kinderopvang hoe doe je dat?

november 24, 2009 door Eric Dorscheidt

Verkopen van Kinderopvang hoe doe je dat?

Nu een paar weken geleden is de verkoop rondgekomen van de Kinderopvang van Combiwel Amsterdam. Tot die tijd een brede welzijnsinstelling waar ruim 1.100 mensen werkten. Vanuit het perspectief van lid van de Raad van Toezicht is dat een bijzonder proces. In de rol van toezichthouder sta je op afstand, maar is het onmogelijk om afstandelijk te opereren. Na een intensief jaar waarin tussen toezichthouder en bestuurder is gesproken over de koers van de Combiwel is in de zomer de knoop doorgehakt: verkoop van de kinderopvang. Reden van de verkoop is de strategische koerswijziging als gevolg van een fundamentele discussie over rol en positie van een brede welzijnsinstelling.

De bestuurder Hans Zuiver verwoordt het als volgt: ‘We willen ons volledig richten op welzijnswerk nieuwe stijl. Daarbij focussen we op twee pijlers: wijk- en buurtwerk en de brede school. Aan de ene kant gaat het om participatie, zorg en wonen in de wijk, aan de andere kant om ontwikkeling, opvoeding en onderwijs rond de brede school.” Daarbinnen past kinderopvang in grote volumes niet meer. Wel kinderopvang in bijvoorbeeld brede scholen waarbij een duidelijke inhoudelijke en welzijnscomponent aan de orde is. Bovendien is een belangrijke overweging geweest om klaar te zijn voor de barre tijden die de komende jaren gaan neerdalen op welzijnsinstellingen in het kader van de bezuinigingen. De kunst is om in tijden van heroverweging, kerntakendiscussie, uit- en inbesteden, aanbesteden en wat dies meer zij de bedrijfsvoering op orde te hebben en een financiële buffer op te bouwen. Dit om niet bij het minste geringste te hoeven inleveren op de inhoudelijke kwaliteit die je wil bieden.

Nadat het besluit is genomen komt er een ‘circus’ op gang waar ik me hooglijk over heb verbaasd. De Angelsaksische invloed op dergelijke verkoopprocessen wordt wel heel duidelijk. Allereerst komen er zogenaamde ‘mergers & acquisition’ adviseurs om de hoek kijken: specialisten in fusies en overnames. Vervolgens wordt er een ‘bidbook’ opgesteld waarin staat wat er te koop wordt aangeboden. Vervolgens komen er kopers in beeld die al of niet gefinancierd zijn met behulp van ‘private equity’. Dan begint het proces van ‘due diligence’ waarbij geïnteresseerde kopers precies gaan kijken wat er nu te koop is. Dan komt het proces van onderhandelen waarbij je met een of meerder partijen onderhandelt over de verkoopprijs en de voorwaarden. Kom je daar uit dan kom je in de buurt van de zogenaamde ‘closure’ het daadwerkelijk sluiten van de ‘deal’. Dat alles gaat in een moordend tempo en vraagt veel van de medewerkers op de afdelingen administratie en financiën. Als toezichthouder gaat het er om de belangen van de achterblijvende organisatie te bewaken en zorgvuldigheid in overgang van het personeel te waarborgen. Want bij dit alles lijk je haast te vergeten dat het gaat over 400 betrokken medewerkers die van werkgever veranderen en nog veel meer kinderen en ouders die bij een andere kinderopvangorganisatie terecht komen. De strategische vraagstukken en keuzes hebben altijd gevolgen voor de werkpraktijk. De strategische keuzes kunnen naar mijn stellige overtuiging ook alleen maar gemaakt worden met het oog op de gevolgen in de dag dagelijkse praktijk van medewerkers en klanten

Noodmaatregelen sociale diensten nodig bij één op de vier gemeenten

november 24, 2009 door Eric Dorscheidt

Noodmaatregelen sociale diensten nodig bij één op de vier gemeenten

Begin deze maand heb ik een onderzoek afgerond onder 60 gemeenten naar de mate waarin sociale diensten voorbereid zijn op de toestroom van nieuwe klanten. Centrale conclusie is dat bij één op de vier gemeenten noodmaatregelen nodig zijn. Dit wordt veroorzaakt door een ongunstige combinatie van de samenstelling van  beroepsbevolking die niet past bij de aard van de regionale werkgelegenheid, plus – sneller dan landelijk – toenemende werkloosheid. Naast allerlei landelijke initiatieven zoals de aanpak van de jeugdwerkloosheid, deeltijd WW en stimuleringsmaatregelen kunnen sociale diensten ook zelf iets doen om het tij te keren.

Bijvoorbeeld scherper zicht krijgen en houden op de eigen financiële positie en zoeken naar andere financieringsbronnen voor re-integratie. Er wordt nog steeds onvoldoende gebruik gemaakt van Europese subsidiestromen die pas na 2013 zullen afnemen. Ook zijn vaak verbeteringen in de bedrijfsvoering mogelijk. Zoals het verkorten van werkprocessen en het beperken van de instroom door strenge handhaving aan de poort.
Als sociale diensten zelf te weinig resultaten boeken met re-integratie, kunnen ze re-integratiebedrijven extra aansporen en strakke resultaatafspraken maken. Het is belangrijk om openstaande vacatures te vervullen. Vaak komen bij het onderwijs, de overheid en in de zorg nog tekorten voor. Gemeenten, werkgevers en onderwijsinstellingen moeten investeren om de jeugdwerkloosheid, de positie van oudere werknemers en de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt aan te pakken.

Dit beeld wordt bevestigd door mijn bezoeken aan een groot aantal werkpleinen de afgelopen weken. Er is nog steeds sprake van een ‘haag van vacatures’ als je binnenkomt. Ook voor laaggeschoolde werkzoekenden zijn er nog banen beschikbaar. Desnoods met een korte scholing is ook voor de ‘onderkant’ van de bestanden een baan te vinden. Door de toenemende groep werkzoekenden bestaat het gevaar dat degenen die nu al in de ‘bakken’ zitten worden vergeten. Juist die groep verdient aandacht om te voorkomen dat ze bij een aantrekkende economie weer achter het net vissen. Dus investeren in scholing, gesubsidieerde arbeid in de vorm van loonkostensubsidie, het hele arsenaal aan ondersteuning voor deze groep moet nu worden ingezet.

In die gemeenten waar geen noodmaatregelen aan de orde zijn – nog steeds de overgrote meerderheid – is inzetten op ‘van werk naar werk’ de beste en meest kansrijke strategie. Dat moet onconventioneel en zonder allerlei bureaucratische rompslomp. Dat laatste zie ik nog te veel bij sociale diensten en UWV. Op de simpele vraag van eenzelfstandig ondernemer of het werkplein een secretaresse kon leveren, was het antwoord onthutsend. Er moest eerst een uitgebreide worden gehouden waarvoor de eerste afspraak over twee weken mogelijk was. Vervolgens zou er een bedrijfsprofiel gemaakt worden op basis waarvan dan ook een functieprofiel opgesteld wordt. Tot slot konden mogelijk kandidaten aangeboden worden. Dat duurde zes weken, let wel, zes weken. Mijn vriend is uiteindelijk naar een uitzendbureau gegaan en is daar snel geholpen. Zolang ik dit soort voorbeelden in mijn omgeving hoor over de dienstverlening van de publieke bemiddelings en uitkeringsorganisaties is er nog veel te winnen. Ook hier weer past het beeld van strategische keuzes aan de top leiden niet altijd tot het gewenste resultaat in de uitvoering als daar niet de ruimte wordt geboden aan de professional om snel te handelen en zaken te regelen met het oog op het boeken van resultaat.

Regionaal arbeidsmarktbeleid, een masterclass.

november 24, 2009 door Eric Dorscheidt

Regionaal arbeidsmarktbeleid, een masterclass.

De aanpak van de crisis door overheid, onderwijs en ondernemers krijgt in belangrijke mate vorm via regionale samenwerking. Dit vanuit het idee dat werkgelegenheid en werkloosheid niet stopt bij gemeentegrenzen. In dat kader organiseerde de gemeente Breda in samenwerking met de regio West-Brabant een masterclass over regionaal arbeidsmarktbeleid. Geluisterd naar inspirerende verhalen van Willem Vermeend, oud-minister multitaskende ondernemer, Marja Heerkens, wethouder Sociale Zaken in Breda en Marcel Fränzel, burgemeester van Woensdrecht.

Zaken als kies een heldere focus als regio waarin je wil excelleren. Vermeend vond dat dat digitale economie en duurzaamheid zou moeten zijn. Onder het motto ga niet doen wat anderen al kunnen en veel beter doen, maar richt je op die zaken die nog niet uitontwikkeld zijn. Belangrijk gegeven is dat de Nederlandse jeugd over uitstekende computerskills beschikt die met name de digitale economie tot een succes kunnen maken. Het verhaal van Heerkens ging vooral in op het gegeven dat er in de regio een tekort ontstaat aan goed opgeleide werknemers. Niet nu op de korte termijn, maar over 4 of 8 jaar zeker. Investeren in onderwijs, en nieuwe onderwijsvormen is een belangrijk speerpunt. In het verhaal van Fränzel kwam naar voren dat die focus in Woensdrecht ligt bij Maintenance, Repair en Overhaul in de vliegtuigsector. Niet zo gek als je bedenkt dat vliegveld Woensdrecht een belangrijke vliegbasis is waar nieuwe technologie wordt toegepast. Kortom inspirerende verhalen met mooie vergezichten.

Wat is mij nu het meeste bij gebleven. Als eerste de constatering dat een periode van 4 jaar, de gebruikelijke cyclus waarin politieke bestuurders denken te kort is voor het structureel verbeteren van de regionale arbeidsmarkt. Een termijn van 8 jaar is wel het minimum. Dat blijkt ook uit het feit dat het ROC een opleiding ontwikkelt die over 4 jaar de eerste studenten aflevert die in het vliegtuigonderhoud kunnen werken. Dus geen hijgerigheid, maar een lange adem. Het tweede wat is opgevallen is dat concrete acties nu ook al moeten en kunnen. Als je kiest voor duurzaamheid, waarom niet bouwbesluit aanpassen waarin je opneemt dat alle nieuwe gebouwen op zijn minst energieneutraal zijn en liever nog energie moet opleveren. Het derde punt is, dat wil je succesvol zijn in regionaal verband, er begrip voor elkaars belangen moet zijn. Door te koersen op waar de belangen elkaar aanvullen en versterken in plaats van het verdedigen van het eigenbelang is er daadwerkelijk iets te realiseren dat meer is dan de som der delen. Tot slot – en dat is wat mij betreft cruciaal – kan een succesvolle aanpak niet zonder medewerking en inzet van de professionals op de scholen, de zorginstellingen, de uitkeringsorganisaties en bedrijven. Door rechtstreeks contact met elkaar te zoeken en elkaar te bevragen op belangen en ambities wordt samenwerking meer dan een doel op zich, maar een instrument bij het realiseren van strategische keuzes.

Immers de strategische vraagstukken en keuzes hebben altijd gevolgen voor de werkpraktijk. De strategische keuzes kunnen naar mijn stellige overtuiging ook alleen maar gemaakt worden met het oog op de gevolgen in de dag dagelijkse praktijk van medewerkers en klanten.

Achterbancontacten in de WMO

september 21, 2009 door Eric Dorscheidt

Achterbancontacten voor WMO Raad een thema?

Vorige week had ik een zeer inspirerende bijeenkomst met de leden van een WMO-raad in een landelijke gemeente. De raad functioneert nu ruim een jaar en had behoefte aan een onderlinge discussie over twee thema’s. Als eerste wilden de leden met elkaar in gesprek over ‘achterbancontacten’. Voor een volgende keer staat ‘profilering en positionering’ op de agenda.

Ruim tweeënhalf jaar is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)) nu onderweg en wie op internet zoekt onder ‘wmo raad’ komt heel veel gemeenten tegen waar een dergelijke raad actief is. De zoektocht naar invulling van de participatierol door de bovengenoemde WMO-raad leidde tot de vraag naar de invulling van de achterbancontacten. Immers achterbancontacten – een term die uit de wereld van vakbonden en ondernemingsraden voortkomt – spelen een belangrijke rol in het vervullen van de taak van een WMO-raad.

Tijdens de bijeenkomst constateerden we een dat er sprake is van achterbancontact op twee niveaus. Allereerst het individuele contact met burgers, gebruikers van WMO-voorzieningen of anderszins. Dit contact gaat vaak over een individuele situatie of klacht. Hierin kan een lid van de WMO-raad maar beperkt van betekenis zijn. Immers individuele belangenbehartiging is geen taak van de WMO-raad.

Het tweede soort contact gaat veeleer over de wijze waarop individuele burgers, maar vooral ook maatschappelijke organisaties aankijken tegen de gemeentelijke (beleids)invulling van de WMO. Hier ligt een belangrijke rol voor de WMO-raad bij het in kaart brengen van de effecten van gemeentelijk beleid en hierover adviseren. Dat adviseren kan natuurlijk gevraagd en ongevraagd en vooraf en achteraf.

Een belangrijke conclusie tijdens de bijeenkomst was dat er een groot aantal instellingen, organisaties, maar vooral ook personen de leden van de WMO-raad van advies en informatie kunnen voorzien. Vaak uit onverwachte hoek. Een andere belangrijke conclusies was dat elk lid op een of andere manier wekelijks een gesprek – dat kan bij de supermarkt zijn met een verkoper van de daklozenkrant – heeft waarbij de effecten van het WMO-beleid aan de orde komen. De achterbancontacten zijn er wel degelijk. Het is vaak een kwestie van bewust zijn van het feit dat er talloze raakvlakken en aanknopingspunten zijn om het over de WMO te hebben. Dat is het voordeel van zo’n breed opgezette wet. Met andere woorden het hoeft geen heel ingewikkelde exercitie te zijn om achterbancontacten te hebben. Zo simpel kan het zijn.

Wil je dan nog een stap extra zetten, dan is het kijken naar de ‘witte vlekken’ in de achterban (in betreffende gemeente ging het bijvoorbeeld om moskeeverenigingen) een eerste. Een tweede stap is het planmatig bezoeken of uitnodigen van personen of organisaties om een gesprek aan te gaan over hetgeen men aan effecten van de WMO ziet. Een beetje discipline en planning helpt al heel veel en hoeft niet tot een heel circus te leiden dat voor de vrijwilligers van de WMO-raad een te zware belasting wordt. Van belang in de achterbancontacten is natuurlijk ook een heldere beeld van de rol van de WMO-raad en de individuele leden daarin. Dat is het onderwerp van ‘profilering en positionering’ dat voor volgende week op de agenda staat.  Het belooft weer een inspirerende avond te worden.

De Toekomst aan de ouderen op de arbeidsmarkt!

juni 29, 2009 door Eric Dorscheidt

De toekomst hebben de ouderen op de arbeidsmarkt

De financiële crisis is nu in de fase van een serieuze economische crisis terechtgekomen. Dat betekent dat de werkloosheid nu snel toe gaat nemen en de overheidsfinanciën onder druk komen. De meest actuele ramingen over de werkloosheid gaan uit van zo’n 750.000 personen in 2010.

Na wat tromgeroffel door sociale partners en Tweede Kamerleden heeft minister Donner van Sociale Zaken snel het budget verhoogd voor de deeltijd WW. Een prima instrument om geschoolde vakkrachten te behouden voor werkgevers. Deze maatregel werkt natuurlijk alleen maar als de economie in de loop van 2010 weer opkrabbelt en bedrijven weer orders en dus werk hebben. Naast deze en andere zinvolle maatregelen zie ik in tijden van crisis ook een reactie van politici en bestuurders die ik niet zo goed begrijp. Namelijk dat de jeugdwerkloosheid een groot probleem is en direct om maatregelen vraagt. Waarom vind ik dat een verkeerde reactie? Het antwoord op die vraag gaat niet over jongeren, maar over ouderen.

Immers de arbeidsmarkt wordt binnen nu en enkele jaren niet gekenmerkt door een tekort aan werk – ook al hebben we nu een tijdelijke dip – maar door gebrek aan geschikte arbeidskrachten. Lees daarvoor maar het rapport van de commissie Bakker. De discussie over het verhogen van de pensioenleeftijd heeft natuurlijk ook rechtstreeks met die schaarste te maken.

Als er over enkele jaren een gebrek aan geschikte arbeidskrachten is, betekent dat volgens mij dat de jongeren die nu na de zomervakantie op de arbeidsmarkt komen dan prima aan de slag kunnen. De sectoren van zorg, onderwijs, maar ook bedrijfsleven kunnen over enkele jaren niet genoeg personeel vinden. Voor nu betekent dat even wat langer vakantie of een keuze voor het volgen van een vervolgopleiding in plaats van aan het werk gaan.

Daarom begrijp ik de standaardreactie van politici niet om de jeugdwerkloosheid als speerpunt te kiezen. Misschien omdat men de beelden van massale jeugdwerkloosheid uit de jaren ’80 nog in gedachten heeft, maar niet omdat het echt een structureel probleem wordt. Immers de situatie anno 2009 is radicaal anders. Het structurele probleem ligt bij de ouderen op de arbeidsmarkt. Ouderen verliezen hun baan weliswaar minder snel dan jongeren, maar als ze hun baan verliezen zijn ze lang werkloos en verdwijnen zo als vakkrachten. Het behoud van die vakkrachten met het oog op de komende schaarste is cruciaal. Bovendien betekent het verwaarlozen van deze groep in het huidige economische klimaat dat er een grote groep ouderen uiteindelijk in de bijstand terechtkomt die over enkele jaren zo aan het werk zou kunnen. Dus het credo zou moeten zijn behouden van de oudere werknemers door slimme maatregelen zoals gerichte inzet van de deeltijd WW. En als het niet lukt om deze werknemers aan het werk te behouden is het zaak dat UWV en gemeenten de beschikbare middelen voor re-integratie en scholing inzetten voor die groep.

De wet van de grote getallen bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid

mei 27, 2009 door Eric Dorscheidt

De wet van de grote getallen

De wereld van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid is een wereld van grote getallen. Deze week heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de jaarverslagen van enkele grote uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid aan de Tweede Kamer aangeboden. Het betreft verslagen van het UWV, CWI en de SVB. Verslagen die bol staan van grote getallen. De kop van het ronkende persbericht van het ministerie luidde bijvoorbeeld: “UWV helpt in 2008 51.700 mensen aan het werk”.

Naast veel positief nieuws over doelstellingen voor klanttevredenheid die meer dan gehaald zijn, het aantal klachten dat gedaald is en nog wat van die dingen heb ik de cijfers over ‘mensen aan het werk geholpen’ op me in laten werken.

Nog los van het feit dat de maatschappelijke tijdbom van de Wajong ook in 2008 weer is toegenomen met ruim 7% tot 178.600 jongeren zijn de gevolgen van de economische crisis in de cijfers van het UWV voor 2008 nog niet zichtbaar. Inmiddels weten we dat de werkloosheid in de eerste maanden van 2009 stevig toeneemt.

Het UWV geeft per jaar ruim 1,6 miljard uit aan personeelskosten voor hun ruim 16.000 medewerkers. Onlangs heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het UWV 400 miljoen euro extra toegekend voor het inzetten van extra personeel om de de grotere toeloop van werkzoekenden te kunnen opvangen.

Die medewerkers zijn bezig met het beoordelen van uitkeringsaanvragen voor regelingen voor werkloosheid (WW), ziekte (ZW) en arbeidsongeschiktheid (WAO, WGA, IVA, Wajong, WAZ). Deze medewerkers zijn ook belast met weer aan het werk helpen van diezelfde arbeidsongeschikten en werklozen.

Laat van de 16.000 medewekers er zeker 1500 bezig zijn met het bemiddelen van werklozen en arbeidsongeschikten. In 2008 zijn er 10.800 arbeidsongeschikten aan de slag geholpen en 40.900 werklozen. Dat betekent dat er per medewerker ongeveer 33 mensen weer aan het werk zijn geholpen. Voor een fulltimer bij het UWV is de norm voor het aantal werkhervattingen 90 per jaar. Dan is een score van 33 uiteindelijk niet een reden om trots op te zijn. Natuurlijk is de doelgroep van arbeidsongeschikten lastig, maar de werklozenpopulatie is bijvoorbeeld kansrijker dan de gemiddelde bijstandsgerechtigde die door een gemeente wordt begeleid.

Voor het realiseren van uitstroom naar werk is aan personeelskosten ruim 100 miljoen euro uitgegeven. Dat betekent alleen aan personeelsuitgaven 68.700 euro  per uitkeringsgerechtigde die weer aan het werk is. Dat is nog afgezien van de kosten voor het re-integratietraject dat vaak re-integratiebedrijven uitvoeren.

Al deze getallen zeggen iets over de effectiviteit van het UWV als overheidsorganisatie. Deze getallen zeggen helemaal niks over de individuele inspanningen die medewerkers, maar ook uitkeringsgerechtigden zich getroosten om weer aan het werk te komen. Over de inzet en inspanning niets dan lof, het resultaat laat te wensen over. Zeker in een tijd waarin het moeilijker wordt om mensen aan het werk te krijgen.

De Crisis als kans (2)

mei 13, 2009 door Eric Dorscheidt

De crisis als kans (2)

Ik kan het op een of andere manier niet helpen, maar ik blijf in de huidige economische crisis kansen zien. Heb ik het de vorige keer gehad over de kansen voor werklozen in sectoren als zorg, onderwijs en veiligheid. Nu wil ik het hebben over de kansen voor maatschappelijke organisaties die veel gebruik maken van vrijwilligers.

Er is voortdurend behoefte aan vrijwilligers. Het kost maatschappelijke organisaties moeite om vrijwilligers te vinden. Dat geldt niet alleen voor welzijnsorganisaties, maar ook voor vakbonden, vluchtelingenorganisaties, patiëntenorganisaties, sportclubs, scholen en ga zo maar door.

Naast het tekort aan vrijwilligers is er ook sprake van vergrijzing van de vrijwilligers. Dat betekent dat de groep die een beroep doet op vrijwilligers – veelal ouderen – in toenemende mate zelf vrijwilliger is. Met andere woorden ‘we hebben er te weinig en degenen die het doen zijn zelf ook aangewezen op hulp van vrijwilligers’.

Ondanks allerlei pogingen om vrijwilligerswerk aantrekkelijker te maken lukt het onvoldoende om aan de vraag te kunnen voldoen. Voor mooie voorbeelden en tips zie www.vrijwilligerswerk.nl. Enkele voorbeelden uit mijn eigen praktijk. In de MR van de school van mijn kinderen praten we al meer dan een jaar over: hoe krijgen we genoeg overblijfouders? Dat geldt niet alleen op onze school, maar is in de hele regio Amsterdam een probleem. Nu lukt het met hangen en wurgen om de overblijf geregeld te krijgen met ouders die bijspringen.

Bij welzijnsorganisatie Combiwel werken meer dan 200 vrijwilligers op allerlei plekken: bardiensten in buurthuizen, portiers, thuisadministratie voor ouderen, buurspeeltuin en nog veel meer. De vergrijzing van het vrijwilligersbestand is hier ook groot. Er is eigenlijk voortdurend een tekort van zeker 100 vrijwilligers.

Bij meerdere instellingen voor maatschappelijk werk in de regio Amsterdam – en elders zal het niet veel anders zijn – draait de dienstverlening voor een belangrijk deel op vrijwilligers. Het bezoek aan eenzame ouderen, ouderensoos, begeleiding gespreksgroepen, dat allemaal gebeurt door vrijwilligers. De vergrijzing onder deze groep is hoog en er is een voortdurend tekort.

Ook hier biedt de crisis een kans. Namelijk om andere groepen te interesseren voor vrijwilligerswerk. Waarom nu niet gericht op zoek naar vrijwilligers in de groep mensen die nu hun baan verloren hebben. Vrijwilligerswerk is zoals bekend een goede opstap naar een betaalde baan. Uit allerlei onderzoeken blijkt immers dat het vinden van werk ‘via via’ de meest effectieve manier is. Maar dat niet alleen, door nu gericht te zoeken naar vrijwilligers onder de ‘nieuwe werklozen’ ontstaat er wellicht ook een groep die – ook  nadat ze weer aan het werk zijn – zich als vrijwilliger op school, buurt of elders willen blijven inzetten.

Crisis als kans

maart 25, 2009 door Eric Dorscheidt

De onheilsprofeten varen wel bij de huidige economische crisis. Als het tegenzit, dan zit het goed tegen.

Natuurlijk zijn de individuele gevolgen van de crisis ingrijpend. Gedwongen je baan verliezen is een pijnlijke. Of wat te denken van de onherroepelijke bezuinigingen die zullen neerdalen op welzijnsinstellingen. Maar zoals gezegd de crisis biedt ook kansen. En dat is niet alleen een optimistisch verhaaltje om de stemming er in te houden.

Ik hoef maar te verwijzen naar Karl Marx die reeds in de 19e eeuw de crisis die het kapitalisme veroorzaakte (in termen van vervreemding en uitbuiting) als voedingbodem zag voor de revolutie die het proletariaat uiteindelijk aan de macht zou brengen. Het is maar welke wereldbeschouwing je er op nahoudt of het een aantrekkelijk scenario is, maar dat de crisis in die zin een kans inhoudt is helder.

Een andere ‘kansdenker’ is de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter, Zijn idee van creatieve destructie – ontwikkeld in nota bene de 2e Wereldoorlog – is dé innovatiemotor. Het voortdurende ontstaan en verdwijnen van systemen zorgt voor innovatie. Met andere woorden belemmerende structuren die in het verleden goed werkten maar nu niet meer effectief zijn, verdwijnen en worden vervangen door nieuw en betere.

In zijn boek Supercapitalism beschrijft Robert B. Reich, voormalig minister onder Bill Clinton, de negatieve gevolgen van de te grote macht van consumenten en aandeelhouders. Hij stelt dat democratie en burgerschap ondergesneeuwd raken door focus op vermeerderen van aandeelhouderswaarde en verkrijgen van producten tegen een zo laag mogelijke prijs, zonder oog voor de gevolgen zoals onderbetaling, verdwijnen van arbeidsplaatsen en milieuschade. De huidige crisis biedt in de lijn van Reich, de kans om waarden burgerschap en democratie te versterken.

Okay, crisis is een kans, maar welke kansen zijn dat dan. Ik noem hier maar een paar en roep lezers op meer kansen aan te dragen.

Stoppen met het nodeloos rondpompen van belastinggeld als het over onderwijs en scholing gaat. Er gaan aanzienlijke bedragen van OCenW naar onderwijsinstellingen voor de financiering van het beroepsonderwijs. Naar diezelfde instellingen gaat voor dezelfde opleidingen re-integratiegeld voor werkzoekenden. Tegen een marktconform – lees hoger – tarief wel te verstaan. Dat lijkt me in een periode waarin scholing een belangrijk instrument is om werklozen van de ene naar de andere baan te krijgen zonde van het geld.

Een andere kans ligt in het echt vormgeven van de gedachte van participatie. Met wind mee is de noodzaak om van participatie werk te maken vaak een holle kreet. Nu komt het er echt op aan. Wie heeft de moed om de schotten tussen instellingen en binnen overheidsorganisaties af te breken om participatie van burgers te stimuleren nu het echt moet.

Tot slot zie ik een enorme kans in het vinden van oplossingen voor het al jarenlang om zich heengrijpende controldenken. Natuurlijk controle en verantwoording is belangrijk, maar als het leidt tot risicomijdend gedrag, dan is het paard achter de wagen gespannen. Nu is het bijvoorbeeld zaak om risico’s te nemen om de grote groep werklozen te scholen en aan ander werk te helpen. Maak echt werk van de ketensamenwerking zonder te verzanden in discussies over verantwoordelijk- en bevoegdheden.